Inbedding in de georganiseerde vrijzinnigheid 

De oprichting van de UVV op 9 juni 1966 was het resultaat van het verlangen van Vlaamse vrijzinnigen om de krachten te bundelen. De vrijzinnige organisaties die vóór de oprichting van de Unie afzonderlijk functioneerden waren actief in de meest diverse werkingsvelden, o.a. het sociaal-cultureel werkveld, de media, de jongerenwereld, het wetenschappelijk onderzoek, de morele dienstverlening, …

Vanaf 1966 voerden deze verschillende organisaties samen de strijd voor de verwezenlijking van hun gemeenschappelijke doelstellingen en idealen. UVV fungeerde als representatief orgaan voor vrijzinnig Vlaanderen. Weliswaar werd de Unie op dat ogenblik nog niet officieel beschouwd als centraal gemandateerd orgaan dat instond voor de onderhandelingen met de overheid.

UVV werd in het leven geroepen als feitelijke vereniging. Later, op 31 maart 1971, werd de organisatie omgevormd tot een vereniging zonder winstoogmerk (vzw). Het Centre d’Action Laïque (CAL), de Franstalige partner van UVV werd opgericht op 29 maart  1969.

Al snel na de oprichting van UVV enerzijds, CAL anderzijds, deed de nood zich voelen bij de Nederlandstalige en Franstalige vrijzinnigen om gezamenlijk op te treden. Dit leidde tot de oprichting van de‘Centrale Raad der niet-confessionele levensbeschouwelijke Gemeenschappen van België v.z.w.’ (CVR), in het Frans ‘le Conseil Central des Communautés philosophiques non-confessionelles de Belgique a.s.b.l.’ (CCL).

Het formeel maatschappelijk doel van de CVR is "de twee vertegenwoordigende organen der niet-confessionele levensbeschouwelijke gemeenschappen van België" te groeperen en ze te vertegenwoordigen tegenover derden, inzonderheid tegenover de officiële instellingen en de openbare machten".

Deze Raad overkoepelt dus UVV en CAL. De CVR is de officiële gesprekspartner van de federale overheden.De CVR werderkend krachtens de wet van 23 januari 1981 betreffende de subsidiëring van de niet-confessionele levensbeschouwelijke gemeenschappen in België. Vanaf dit moment kon de georganiseerde vrijzinnigheid rekenen op een subsidie vanwege de overheid voor het uitbouwen van de niet-confessionele dienstverlening voor de bevolking.

De Unie Vrijzinnige Verenigingen startte met de uitbouw van een net van centra voor morele dienstverlening (CMD), waaraan professionele moreel consulenten verbonden zijn, die ter beschikking staan van de bevolking om morele dienstverlening te verzorgen. Door de nieuwe hijsstijl (anno 2011) is de UVV ‘deMens.nu’ geworden en spreken we niet meer over een CMD maar wel over een huisvandeMens.

Er zijn vandaag huizen van deMens te: Aalst, Antwerpen, Brugge, Brussel, Diksmuide, Eeklo, Gent, Genk, Halle, Hasselt, Herentals, Ieper, Jette, Kortrijk, Leuven, Lommel, Maasmechelen, Mechelen, Ronse, Roeselare, Sint-Niklaas, Tienen, Tongeren, Turnhout, Vilvoorde en Zottegem.

In tegenstelling tot de ‘huizen’ die ten dienste staan van de gehele bevolking, verzorgt de Stuurgroep ‘categoriale morele bijstand’ in ziekenhuizen en woonzorgcentra. Andere instellingen voor categoriale morele bijstand binnen deMens.nu zijn de Stichting voor Morele Bijstand aan Gevangenen, de Dienst Morele Bijstand voor De Krijgsmacht, de Dienst Morele Bijstand voor de Luchthaven, de Dienst Morele Bijstand voor de Zeevisserij en de Dienst Morele Bijstand op de Universiteit Antwerpen. De morele bijstand die de Stuurgroep organiseert is in eerste instantie gericht op patiënten, bewoners en hun kennissenkring, daarnaast ook op het verplegend of ondersteunend personeel in de instellingen.

De Stuurgroep werkt echter wel nauw samen met de huizenvandeMens, die als regionale steunpunten dienst doen: binnen elk huis fungeert 1 professioneel moreel consulent als regionale coördinator van de Stuurgroep. Hij/zij heeft als deeltaak de Stuurgroep verder uit te bouwen en de vrijwilligerswerking te ondersteunen (informatie, documentatie, logistieke steun, vorming, …). Naast de regionale steunpunten of secretariaten zijn er ook de provinciale secretariaten, één in elke provincie. De provinciale coördinator is de schakel tussen de regionale secretariaten van de Stuurgroep en het Algemeen Secretariaat van de Stuurgroep.